Toetsing en huiswerk

Op de SSgN volgen we de ontwikkeling van leerlingen op verschillende manieren. Er zijn huiswerkcontroles, kleine en grote checks (jaarlaag 1 en pilotklassen jaarlaag 2), overhoringen, proefwerken, werkstukken en presentaties. In de bovenbouw werken we met toetsen tijdens lesweken en toetsweken; in de onderbouw vinden checks en toetsen vooral plaats tijdens de lesweken, al kennen jaarlagen 2 en 3 ook toetsweken. Voor de bovenbouw geldt het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). In de onderbouw stemmen vakken hun toetsen af per leerjaar.

Afspraken

  • Toetsen en grote checks worden minimaal een week van tevoren aangekondigd.
  • Er geldt een maximum aantal proefwerken per dag en per week.
  • De leerstof is vooraf in de les behandeld.
  • Toetsen worden tijdig nagekeken en besproken.
  • Leerlingen hebben recht op inzage.

Bij gemiste toetsen maken leerlingen een inhaalafspraak. Afhankelijk van het jaar waar zij in zitten gelden aanvullende regels (zie het examenreglement).

Resultaten en feedback

Docenten leggen cijfers en normering uit of geven feedback. Vragen over een beoordeling worden eerst met de docent besproken. Voor de bovenbouw gelden daarnaast aanvullende regels (zie het examenreglement).

Huiswerk en opdrachten

Leerlingen maken hun huiswerk op tijd en zorgvuldig. Bij opdrachten is vooraf duidelijk wat er verwacht wordt en wanneer deze ingeleverd moeten zijn.

Huiswerk wordt evenwichtig over de week verdeeld. Als je op tijd begint, is het goed te doen binnen deze richtlijnen:

  • Brugklas: 9 uur per week (1,5 uur per dag)
  • Klas 2: 12 uur per week (2 uur per dag)
  • Klas 3: 15 uur per week (2,5 uur per dag)
  • Klas 4 en hoger: meer dan 15 uur per week, als voorbereiding op vervolgonderwijs

Ook werkstukken vallen onder deze huiswerkbelasting. Mentoren houden de studiebelasting in de gaten en bespreken het plannen van huiswerk tijdens mentoruren.

Kun je het huiswerk niet maken? Meld dit dan bij het begin van de les, met instemming van je ouders. Als de docent de reden niet accepteert, wordt dit besproken met je mentor en eventueel met je ouders.

Bevordering en rapportage

Leerlingen krijgen driemaal per jaar een rapport. Leerlingen in de examenklassen krijgen tweemaal een rapport en sluiten het schooljaar af met het centraal examen.In klas 2 en klas 3 (havo/vwo) wordt in de rapportvergadering voor het eerste rapport het voorlopig niveau vastgesteld. Hierbij wordt minimaal uitgegaan van het advies van de basisschool. Bij de bevordering houden we rekening met de kans van slagen van de leerling in het volgend leerjaar: progressie, eindcijfers, niveau, werkhouding en (indien van toepassing) gekozen profielvakken.

Indien het beoogde niveau niet wordt behaald, kan een leerling doubleren, of naar een lager niveau worden bevorderd. Een leerling die in klas 1 of 2 het niveau mavo (vmbo-t) niet haalt wordt verwezen naar een andere school. Ouders en leerling worden hier al vroegtijdig (februari/maart van het betreffende schooljaar) van op de hoogte gesteld, zodat hiervoor stappen ondernomen kunnen worden. De definitieve beslissing omtrent doubleren of bevorderen naar een lager niveau wordt genomen tijdens de overgangsvergadering en bekrachtigd door de rector. Het is niet toegestaan tweemaal in hetzelfde leerjaar of in twee achtereenvolgende leerjaren te doubleren.  Een uitzondering hierop is het examenjaar.

De beslissing van de overgangsvergadering kan ter discussie worden gesteld in een zogenaamde revisievergadering, maar alleen indien er sprake is van nieuwe informatie die van invloed kan zijn geweest op de schoolprestaties van de leerling. De overgangscriteria zijn te vinden in de schoolgids.