SSgN Kwaliteit
SSGN

Vensters voor Verantwoording



Alle informatie over de SSgN vindt u op de website Venstes voor Verantwoording. Klik op bovenstaande afbeelding voor rechtstreekse toegang.

Regelmatig worden ouders, leerlingen en personeel gevraagd mee te werken aan een onderzoek. Het meest recente onderzoek is in het voorjaar van 2012.


Inloggen (alleen voor personeel)
Uitstel van schoolkeuze

Alle niveaus in één klas werkt al jaren op de SSgN.
In december 2008 pleitte de toenmalige onderwijsminister Plasterk er voor om de leeftijd waarop kinderen een keuze voor hun vervolgonderwijs moeten maken op te schuiven. Hij vond 12-jarigen te jong om al te kunnen kiezen.
De Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen (SSgN) is daarvan al jaren overtuigd en past deze uitgestelde selectie voor VMBO-t, HAVO of VWO al sinds 1979 toe.

Begin jaren ’70 werd de middenschool door de regering in het leven geroepen. Het ideaalbeeld was: één onderwijstype voor alle leerlingen tussen 12 en 15 jaar. Dit landelijke experiment is mislukt, maar in 1979 begon de SSgN met Funderend Onderwijs, een afgeleide van de middenschool. Het ideaalbeeld bleef: heterogene klassen waardoor de talenten van de leerlingen optimaal kunnen worden ontplooid.

En het werkt, in de praktijk. In de klassen 1 en 2 zitten alle niveaus bij elkaar: leerlingen met een VMBO-t-, een HAVO- of een VWO-advies volgen dezelfde lessen van dezelfde docenten in heterogene klassen. Pas aan het einde van klas 2 worden de leerlingen die VMBO-t gaan volgen gericht naar deze afdeling bevorderd. De leerlingen met HAVO- of VWO-advies volgen nog een rijpingsjaar totdat in de vierde klas de definitieve keuze voor HAVO of VWO wordt gemaakt. Elke onderbouwklas heeft de beschikking over twee mentoren die de ontwikkeling van de individuele leerling nauwlettend in de gaten houden.  

Dit systeem werpt zijn vruchten af. Het aantal leerlingen dat de SSgN verlaat met een hoger diploma dan het advies waarmee zij de school binnenkwamen ligt significant hoger dan bij scholen met een soortgelijk onderwijsaanbod. Zogenaamde ‘laatbloeiers’ krijgen in een heterogene klas alsnog de kans zich te bewijzen. De stof wordt getoetst op verschillende niveaus waardoor zwakkere leerlingen een goed cijfer kunnen halen op hun eigen niveau en niet ontmoedigd raken door een lager cijfer dan hun klasgenoten, leerlingen die een stapje harder kunnen maken de extra verdiepingsopdrachten en verdienen daar hun cijfer mee in hun eigen niveau.

Late selectie biedt leerlingen betere kansen op hoger onderwijs. Wij nodigen ouders en leerlingen dan ook van harte uit om zich op de SSgN te komen oriënteren hoe het voorstel van de minister al lang in de praktijk werkt.

 
Alle niveaus goed: VWO, HAVO, VMBO-t

Jenaplan is een uitdagende onderwijssoort met alle projecten, vieringen en de verschillende niveaus in één klas.

Vaak vragen ouders van leerlingen met een VWO-advies of hun kinderen wel voldoende worden uitgedaagd, of die leuke dingen geen kostbare lestijd kosten, of willen ouders van leerlingen met een VMBO-t advies weten of het programma voor hen niet te zwaar zal zijn.


Het antwoord daarop is dat het docententeam van de bovenbouw per vak in kaart heeft gebracht wat een leerling nodig heeft om goed te kunnen meedraaien in de bovenbouw. Die lesstof wordt in de onderbouw aangeboden en getoetst op niveau. Bovendien worden leerlingen die ergens goed in zijn positief uitgedaagd om zich nog verder te ontwikkelen in dat leergebied en krijgen zij de kans andere leerlingen te helpen met extra uitleg zodat zij zelf de stof ook beter gaan beheersen. Voor begaafde leerlingen op elk gebied zijn er bovendien de individuele trajecten, het verbredingsproject, masterclasses Engels, Wiskunde, Frans, Wetenschap, plusklassen en extra keuzevakken. 

Daarnaast worden juist ook de vaardigheden die nodig zijn om later een HBO- of een universitaire opleiding te gaan volgen aangeleerd in het Jenaplanonderwijs:

  • informatie opzoeken en verwerken
  • onderzoek doen voor projecten
  • presenteren van de resultaten
  • vakoverstijgend werken
  •  samen werken
  • elkaar ondersteunen

De slagingspercentages op de SSgN lagen de afgelopen jaren rond of boven het landelijk gemiddelde. In 2010 behoorde het slagingspercentage op het VWO bij het hoogste van alle scholen in Nijmegen en lag het boven het landelijk gemiddelde van 88,9%.

Ook in 2011 mochten de resultaten er zijn: alle afdelingen scoorden rond of boven het landelijk gemiddelde qua slagingspercentages.