Wat is de brugklas?
De eerste klas van de middelbare school heet brugklas, omdat het de overgang is van basisschool naar je middelbareschooltijd. Eigenlijk kennen wij op de SSgN twee brugjaren voor het VMBO-t, of drie brugjaren vóór je met je definitieve voortgezette opleiding HAVO of VWO begint.
Onze brugklassen zijn heterogeen. Dat wil zeggen dat leerlingen met een advies voor VMBO-t, HAVO en VWO gewoon bij elkaar zitten. De lesstof wordt aangeboden in verschillende niveau's, leerlingen die het aankunnen krijgen extra verdiepingsstof dus hoeven zich echt niet te vervelen.
De klassen blijven zo lang mogelijk bij elkaar, als je overgaat naar de tweede klas kom je dus bijna allemaal dezelfde klasgenoten tegen. Aan het eind van de tweede klas gaan de leerlingen die VMBO-t gaan doen over naar klas 3V. De HAVO- en VWO-leerlingen blijven nog een jaar bij elkaar.
Dan verandert er wel wat aan de klassensamenstelling want doordat de VMBO-leerlingen er uit gaan, worden de klassen te klein en worden 3 klassen samengevoegd tot 2. Daarbij mogen de leerlingen van de klas die verdeeld gaat worden hun voorkeur uitspreken bij wie ze in de klas willen.
Huiswerk
Als je overstapt van de basisschool naar het voortgezet onderwijs zal dit je als eerste opvallen: je krijgt veel meer huiswerk mee.
Huiswerk is niet bedoeld als extra werk maar is een noodzakelijke aanvulling op het werken in de klas. De tijd in de klas wordt voor een deel besteed aan het uitleggen van nieuwe stof en het beantwoorden van vragen. Dat gebeurt door middel van de verschillende werkvormen van het Jenaplanonderwijs (gesprek, werk, spel, viering, reflectie). Voor oefenen van de stof is daardoor geen tijd. Dat kan het beste thuis gebeuren, in de vorm van huiswerk.
Huiswerkbegeleiding
Als het thuis moeilijk voor je is om huiswerk te maken, bijvoorbeeld omdat het te druk is of omdat je geen eigen werkplek of computer hebt, dan kun je op school huiswerk maken. Dit gebeurt in kleine groepjes met een begeleider waar je vragen aan kunt stellen.
Begeleiding
De eerste persoon waar je naartoe kunt gaan als er wat is, is natuurlijk je mentor. Maar het kan ook gebeuren dat er wat meer hulp nodig is dan je mentor kan bieden. Je hebt bijvoorbeeld heel veel moeite met een bepaald vak. Of je weet niet hoe je je huiswerk moet aanpakken. Het kan ook zijn dat je je niet zo goed kunt concentreren. Of dat jij je zorgen maakt over iets. Dan zijn er naast de mentor nog een aantal mensen bij wie je terecht kunt:
- de teamleider kan je helpen bij praktische problemen
- de afdeling RT kan je helpen bij leer- en concentratieproblemen
- huiswerkbegeleiding kan je helpen bij het plannen van huiswerk
- leerlingbegeleiding kan je helpen als je veel zorgen aan je hoofd hebt of je voelt je niet prettig op school
De leerlingbegeleiders zijn Marielle Cuppen, Siepie Bijlsma en Sema Daymaz.
Mentoren
In de onderbouw heeft elke klas 2 mentoren. Bij hen kun je terecht als je problemen hebt of met vragen zit. De mentoren geven zelf ook les aan de klas zodat er door de week heen veel contactmomenten zijn.
Ook heb je elke week een weekopening met je mentor, een mentoruur en de weeksluiting.
Mentoren blijven in principe drie jaar lang bij hun klas. Zij leren de kinderen (en hun ouders) dus heel goed kennen.
Introductieweek
In de eerste schoolweek maak je kennis met je klasgenoten en je mentoren en leer je de weg kennen in het schoolgebouw. Programma introductieweek:
- dinsdag introductiedag
- woensdag sportdag
- donderdag theaterdag
- vrijdag Jenaplandag met 's avonds schoolfeest voor alle brugklassers
ELO
Regelmatig wordt voor de lesstof gebruik gemaakt van de Elektronische Leer Omgeving (ELO). Dit is via het internet bereikbare software, je kunt hier dus ook thuis mee aan de slag.
Je kunt de ELO gebruiken om bepaalde dingen die je moeilijk vindt extra te oefenen, bij grammatica bijvoorbeeld of rekenen. Ook kun je de ELO gebruiken om extra leerstof te krijgen als je juist goed ergens in bent. Het vak Latijn wordt in de tweede klas helemaal via de ELO geoefend.
Veeltalig onderwijs
De SSgN gebruikt een lesprogramma waarbij je niet alleen de Nederlandse grammatica kunt oefenen maar waarbij je ook meteen andere talen leert. Op die manier leer je ook de samenhang kennen tussen de verschillende talen. En niet alleen de talen maar ook de verschillende culturen komen natuurlijk aan bod.
Cultuur en sport
Sinds 2003 is de SSgN een officiele LOOT-school. Dat wil zeggen dat wij extra mogelijkheden hebben om onze ca. 120 topsporters op school extra te begeleiden.
Topsportleerlingen besteden naast het normale schoolwerk heel veel tijd aan training en wedstrijden. Als dat samenvalt met de schooltijd kunnen zij bijvoorbeeld een aangepast rooster krijgen of vrijstelling van bepaalde lessen. Ook kunnen zij deelnemen aan de speciale huiswerkbegeleiding en kunnen zij indien nodig gespreid examen doen.
Deze zelfde begeleiding kunnen wij sinds december 2006 als Cultuurprofielschool ook bieden aan leerlingen die op hoog niveau bezig zijn met cultuur. Bijvoorbeeld ballet, muziek, dans of andere expressievormen.
Alle leerlingen kunnen examen doen in de vakken drama, muziek, beeldende vorming en film. Er zijn veel presentaties en culturele activiteiten binnen en buiten lestijd. Wij hebben doorlopende leerlijnen culturele vorming en expressie van klas 1 t/m 6 met daarna een goede aansluiting met MBO- en HBO-opleidingen op expressiegebied.
Extra keuzevakken
Alle leerlingen in de brugklassen krijgen de extra vakken filosofie en science. Vanaf klas 3 kun je speciaal voor deze vakken kiezen. Daarnaast is er het keuzevak Latijn voor leerlingen die dat aankunnen.
Je krijgt alle culturele vakken aangeboden maar als je iets extra's wilt kun je je opgeven voor extra buitenles-activiteiten zoals toneel, musical, cabaret, school-tv of licht en geluid.