Het onderwijs in de 21e eeuw
Dat was de titel van de derde Alliantielezing, die in dit tweede lustrumjaar werd gehouden door niemand minder dan Maarten van Rossem.
In een goedgevulde zaal van de Stadsschouwburg Nijmegen beklom Maarten om 15.05 het podium om er, na een ononderbroken spraakwaterval, om 17.15 met tegenzin weer vanaf te stappen. Even leek het erop dat hij opnieuw van wal zou steken met een urenlange monoloog in antwoord op een vraag uit de zaal, maar daar stak de bestuursvoorzitter resoluut een stokje voor. Eerdere pogingen om Maarten te laten stoppen van zijn kant waren jammerlijk mislukt. Vriendelijk brommend suste Maarten hem, na een zoveelste blik op zijn horloge, met de woorden ‘ja, ja, ik ben er zo’. Om dan zijn betoog te vervolgen met ‘we zijn nu aangeland in 1980’.
We zullen dus helaas nooit weten hoe het onderwijs in de 21e eeuw er in de ogen van rascynicus en allesweter Maarten van Rossem uit ziet. Hoewel?

De rode draad
Toen hij na anderhalf uur beweerde dat er door zijn betoog – in tegenstelling tot veel andere lezingen die hij had meegemaakt – wel degelijk een rode draad liep, barstte de zaal in hartelijk lachen uit. We waren in die anderhalf uur in een soort achtbaan meegenomen langs de verschillende vormen van onderwijs in de verleden tijd en welke rol die in de lange loopbaan van de spreker hadden gespeeld. Maar ik had voorkennis. En dankzij die voorkennis kon ik de rode draad toch ontwaren.
Die voorkennis dankte ik aan mijn echtgenoot en fotograaf Willem Melssen. Hij was ruim op tijd in de Schouwburg aanwezig in de hoop een ‘informele’ glimp van de spreker te kunnen opvangen. En dat lukte prima. Want Maarten van Rossem stapte zeer toegankelijk mopperend (‘wat een lelijk gebouw!’, en na een vruchteloze gang naar het buffet ‘nog twintig minuten wachten op koffie!’) de foyer binnen. Kortom, het ijs was meteen gebroken en de informele foto’s werden gemaakt. Toen ik binnenkwam, zaten zij dan ook in geanimeerd gesprek en schoof ik gezellig aan.
Daar kwamen eigenlijk de stokpaardjes van Maarten al meteen ter sprake: onderwijs moet niet leuk zijn, kinderen moeten nuttige dingen leren; geen appeltaarten bakken en stripboekjes lezen. Leer ze typen in plaats van surfen. Weg met de profielen, met het nieuwe leren, met de competenties. De enige goede docent is een bevlogen docent.
Onnavolgbaar en niet te stuiten
En dat was dus ook de rode draad in zijn verhaal, dat op het toneel af en toe dreigde te ontsporen en soms wat onnavolgbaar werd doordat docenten in zijn herinnering spontaan van naam veranderden. Misschien deed hij dat expres, om zijn gehoor scherp te houden. En scherp moest je blijven om de tijdsprongen en zijsprongen te kunnen volgen.
Geen moment staat hij stil, geen moment is hij stil. En toen de tijd begon te dringen leek hij er nog een schepje bovenop te doen en volgde het ene na het andere lachsalvo uit de zaal
Uiteindelijk moest hij toch het veld ruimen. De voorzitter sloot de zitting af met ‘we hebben nu nog min drie kwartier voor vragen’, dus zover was het uitgelopen. Niemand durfde een vraag te stellen. Niemand? Ja toch, een dame vroeg of het eigenlijk wel nodig was, al die veranderingen in het onderwijs, omdat de historie zichzelf immers herhaalt? Alles komt weer terug in een soort golfbeweging? Toen had ze Maarten meteen weer op een van zijn stokpaarden: historie! De voorzitter kromp zichtbaar in elkaar toen Maarten breedsprakig antwoord begon te geven. Hoewel, antwoord? Hij begon een geheel nieuw onderwerp en zou daarover nog uren hebben kunnen uitweiden als de voorzitter niet resoluut een flinke bos bloemen in de handen van de spreker had geduwd.
Een geweldige ervaring
Dat was het, een combinatie tussen hoorcollege en conference, waarbij de politiek niet werd gespaard. Wat een spreker is die man!