 |
|
|
|
|
|
|
|
| Synchroonzwemmen Bibi Verberkt
|
|
|
|
|
| Vliegen met Lara
|

Lara Thomae zit op de SSgN in Nijmegen. Ze doet er het atheneum. En dat gaat de zestienjarige best goed af. ´Maar over het examenjaar ga ik waarschijnlijk twee jaar doen. Ik ben de laatste jaren vanaf november tot maart in het buitenland. Dat wordt te zwaar. En volgend jaar is er bovendien een WK in Oslo en een junioren WK in Estland . Alle reden om nog meer te trainen.´
Of en hoe ze daar zal mogen meedoen, dat is nog een vraag. ´Mijn prestaties zijn nogal wisselend´, geeft ze toe. ´Twee jaar geleden eindigde ik wel eens bij de eerste vijftien, terwijl dat er vorig jaar niet in zat.´ Het heeft met haar groei te maken, zo zegt ze. Met gewicht vooral. ´In de groei verandert er veel aan een lichaam en dat heeft invloed op mijn sprongen. Dat zie je wel vaker. Gelukkig gaat het in 2010 erg goed.
Ze spreekt alsof ze al zeer geroutineerd is, en in zekere zin is ze dat ook. Op haar negende ging ze met haar ouders naar een dagje van de Nederlandse Ski Vereniging. ´Dat was in een skihal, we mochten snowboarden en over een heuveltje springen. De beste springers werden uitgenodigd om naar een training te komen. En daar weer de besten van mochten naar Duitsland voor een training daar. Ik was negen en zo is het begonnen.´
Het klinkt alsof ze begon te schaatsen, of hard te lopen. Iets alledaags, maar het is toch echt een sport waarin je tientallen meters door de lucht vliegt. ´Ach´, doet ze nonchalant. ´Je begint heel klein, op een schansje van vijftien meter. Als dat goed gaat, ga je naar dertig. En dan naar zestig, enzovoort.´ Maar even doorvragen leert, dat ze toch even tijd nodig had. ´Van dertig naar zestig was een grote stap voor mij. Dat heeft wel even geduurd.´
Er volgt een genuanceerde uitleg over angst. ´Natuurlijk is het wel even slikken als je de eerste keer bovenaan zo´n zestig meter schans staat, maar op zich ben ik dan niet echt bang. Eigenlijk is mijn lichaam angstiger dan ik zelf ben. Het lichaam moet aan die sprong wennen en dan wordt zo´n grote schans normaal. Ik spring nu van de 90-meterschans af en ben ook al van de 120-meter afgesprongen. Dat is telkens weer anders en dat heeft niet zozeer met de afstand te maken, als wel met de snelheid. Je gaat telkens vijf tot tien kilometer sneller. Bij een 120-meter schans ga je bijna honderd kilometer per uur. Dat is hard.´

Lara bezweert vervolgens dat schansspringen veel meer is dan het overwinnen van je angst. ´Het lijkt zo eenvoudig´, zegt ze. ´Maar de bewegingen die je moet maken, zijn heel gecompliceerd. Sommigen kunnen de aanlooppositie niet onder de knie krijgen. Anderen lukt het niet om die ´katterug´ te maken. Je moet heel lenig zijn en heel snel. Je moet krachtig zijn, maar je mag ook weer niet te zwaar worden. Het komt allemaal heel nauw.´
Natuurlijk heeft ze de vraag al héél vaak moeten beantwoorden of ze in Nederland geen chronisch tekort aan bergen heeft. ´Ik kan hier heel veel trainingen doen, maar voor de echte sprongen moet ik nu eenmaal naar het buitenland. Dat is niet anders. Ik reis veel, met mijn coach en een ander meisje dat ook aan schansspringen doet. Een eenzaam bestaan? Nee, ik vind van niet. We hebben het onderling gezellig en ik ken ook de meesten van de meisjes die meedoen.´
Of ze ooit tot de allerbesten kan doorgroeien, dat weet ze natuurlijk niet. Haar doel is vooralsnog deelname aan de Olympische Spelen in 2014. ´Het ziet er naar uit dat schansspringen voor vrouwen dan een Olympische discipline is.´ Intussen hoopt ze haar VWO-diploma te halen. En misschien gaat ze later wel iets in de economie of in het toerisme doen. Maar dat is allemaal toekomstmuziek. Tot dan gaat ze vaak en ver vliegen. ´Want dat is de kick, het leuke gevoel. Het is alsof je telkens weer een kind bent en in de achtbaan mag.´
|
|
|
|
|
|
|