Gezien: uitvoering Doodgewoon, 5 HAVO woensdag 13 april 2011
Ze maakten het zichzelf weer niet gemakkelijk, de examenleerlingen Drama uit 5 HAVO. Een zelfbedacht en zelfgeschreven stuk is altijd lastiger dan een (min of meer) bekend toneelstuk van een (min of meer) bekende toneelschrijver.
Dat het ze toch gelukt is, getuigt van talent en professionaliteit. Natuurlijk, er waren echte toppertjes en er waren wat mindere scènes. Maar juist vanwege de gezamenlijke inspanning was het een stuk dat stond als een huis. Dat ik af en toe niet helemaal begreep waar het over ging lag dan ook volledig aan mij. Misschien dat ik met een summiere beschrijving het verhaal beter had kunnen plaatsen.
Want doordat de kinderen natuurlijk allemaal ongeveer even oud zijn, is het soms lastig schakelen of een van hen toevallig de vader of de moeder speelt. Maar dat mocht de pret niet drukken.
We keken in de huiskamers van drie doodgewone gezinnen. Hoewel? In het meest linkse huis woont moeder Luna met haar bloemenkinderen: oosterse tapijtjes, kruidenthee, bloemetjesjurken en groepssessies met modderbaden en bidden voor Moeder Aarde. De sfeer werd ontzettend goed getroffen, een sfeer die ik nog goed ken uit mijn eigen ‘hippietijd’. Maar onderhuids leefden de spanningen en die werden prachtig uitgespeeld.
In het middelste huis woonde een corpsballige studentenclub die bij een mislukte maaltijd van ‘die nieuwe’ gewoon de sushibar bellen, intussen prosecco en sigaren lurkend achter laptops en smartphones en geniepige ontgroeningsmethoden uitvoerend. Ook hier een prachtige uitbeelding van onderhuidse spanningen en twijfels, het bij de groep willen horen maar eigenlijk….
In het rechtse huis woont een supertokkiefamilie: vader en zoon (met petje) leven voor het voetbal, de dochters zijn op de foute manier mooi uitgedost: grote oorringen, te strakke leggings in foute printjes en de kratten goedkoop bier staan huizenhoog opgestapeld. Bij honger wordt de pizzakoerier gebeld. En dat er spanningen leven is logisch.
Ook de spanningen tussen deze verschillende bevolkingsgroepen zijn begrijpelijk.
In een ander huis in de straat woont een oude legerofficier, die ernstig overlast ondervindt van ‘die jeugd’. Achter zijn bureau staat een flapover met wat doelwitten en een aanvalsplan er boven. Gedurende de voorstelling, als hij eigenlijk niet in beeld is, vervolmaakt hij zijn aanvalsplan. Op een goed moment staat er (tot hilariteit van degene wiens oog er op valt) met grote letters BOEM onder. Nou, dan weet je het wel.
De plaatselijke postbode is helemaal niet nieuwsgierig. Maar hij wil wel alles weten. Dus leest hij alle post voordat die wordt bezorgd. De ideale persoon, volgens de officier, om hem te helpen met zijn aanvalsplan. De postbode bezorgt bij ieder huis een op de persoonlijke levenssfeer geschreven brief (waar al die voorkennis al niet goed voor was), met een uitnodiging voor een groot verbroederingsfeest. Als publiek vrees je dus het ergste als het feest eenmaal losbarst.
Maar dan wordt de tijd stilgezet. De drie ‘slachtoffers’ uit de verschillende gezinnen komen samen in een prachtige eindscene, waarbij op een fraaie manier in het midden wordt gelaten hoe het nu precies eindigt.
Mooi. Prachtig spel, goed ingeleefd in de verschillende rollen, humor zonder te schmieren. Jammer dat zo’n voorstelling alweer zo snel voorbij is. En we weer tot volgend jaar moeten wachten als de volgende lading examendramakandidaten op het toneel hun Kunst vertoont.
Heyta Melssen